Bij alle openbare basisscholen en samenwerkingsscholen ligt hij weer op de mat: de jaarlijkse brief om vormingsonderwijs aan te vragen voor het nieuwe schooljaar.

Voor alle scholen is het een intensieve tijd, realiseert Wouter Knoester, bestuursmanager Centrum voor Vormingsonderwijs, zich. ‘De afgelopen periode heeft het onderwijsveld zich enorm flexibel getoond. Ook voor onze vakleerkrachten vormingsonderwijs had corona ingrijpende gevolgen. Laten we hopen dat het nieuwe schoolseizoen 2021/2022 er weer ouderwets ‘normaal’ uitziet, want juist in vormingsonderwijs is het persoonlijke contact tussen vakleerkracht en leerlingen van grote waarde.’

Kosteloos, aanvullend onderwijs

Ouders met kinderen op het openbaar basisonderwijs hebben een wettelijk recht op levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. Er zijn hieraan geen kosten verbonden voor school of ouders, omdat de overheid dit onderwijs financiert. Ouders kunnen voor hun kinderen kiezen voor vormingslessen vanuit één specifieke levensbeschouwing, of voor vormingslessen waarbij vakleerkrachten uit diverse levensbeschouwingen gezamenlijke lessenseries verzorgen. Ook is maatwerk mogelijk, in overleg met de school.

Inventarisatie

De scholen kunnen via een informatiebrief ouders informeren over vormingsonderwijs en vragen om hun voorkeur en keuze. Op scholen waar nog geen vormingsonderwijs wordt aangeboden, kunnen ouders de schooldirecteur hiernaar vragen, of in gesprek gaan met de Medezeggenschapsraad. Na de inventarisatieronde gaat vormingsonderwijs in overleg met de betrokken scholen aan de slag om de vormingslessen voor te bereiden voor het nieuwe schooljaar.

Over vormingsonderwijs

Vormingsonderwijs helpt leerlingen om een eigen kijk op het leven te ontwikkelen en om oog te hebben voor wat geloof of levensovertuiging voor ze kan betekenen. Het onderwijs wordt verzorgd door zeven denominaties: boeddhistisch, hindoeïstisch, humanistisch, islamitisch, joods, katholiek en protestants.