Nezahat Köse is met haar 25-jarige ervaring in het islamitisch vormingsonderwijs een echte veteraan. Toch leert ze nog altijd van de kinderen die ze lesgeeft. ‘Mijn rol is in de loop van de tijd veranderd; van nadruk op kennis naar betekenis.’

islamitisch vormingsonderwijs

Nezahat groeide op in een gezin van gastarbeiders. ‘Mijn ouders spraken de Nederlandse taal niet en over het geloof kon ik geen diepere vragen stellen. Maar die vragen had ik wel. Toen ik les begon te geven in het vormingsonderwijs herkende ik mezelf dan ook in de nieuwsgierigheid en vragen van de kinderen. Ik zag hoe ze worstelden en op zoek waren naar het juiste antwoord.’

Geniet

Ze rolde het vak van vormingsonderwijs in toen ze jaren geleden een zieke vriendin verving. Nog altijd geniet ze van haar werk. ‘Ik geef op de klassieke manier vormingsonderwijs, d.w.z. dat ouders hun kinderen aanmelden voor islamitisch vormingsonderwijs. Daarnaast draai ik ook mee in een ander type vormingsonderwijs, waarin ik samenwerk met docenten van andere levensbeschouwingen.’

Meerdere antwoorden mogelijk

Samen met een collega ontwikkelt Nezahat ook het lesmateriaal. ‘We proberen zoveel mogelijk bijzondere werkvormen te gebruiken die aansluiten bij de leeftijdsgroep. De focus ligt altijd op betekenis.’ Ze illustreert dit met een voorbeeld. Stel, we hebben een les over jezelf zijn. Dan gaan we in op vragen, zoals: Maar als je gelooft dat God in je zit, wat is dan jezelf zijn? En betekent dit dan dat je automatisch een goed mens bent? Ik vind het belangrijk om ze te laten ontdekken dat er meerdere antwoorden mogelijk zijn. Het doel is om van elkaar te leren en samen te werken.’

Onbekend

Niet alle kinderen die meedoen in het klassieke vormingsonderwijs zijn zelf moslim. ‘Soms doen kinderen mee, omdat ze een vriendje of vriendinnetje hebben die islamitisch is. Dan willen ze er graag wat meer over weten. Dat vind ik mooi.’ Maar ook in gezinnen waar kinderen van huis uit het islamitisch geloof meekrijgen, is het geloof soms onbekend, ontdekte Nezahat. ‘Misschien kennen ze de regels wel, maar is het geloof niet geïnternaliseerd. Dan lukt het niet om de verbinding te leggen tussen kennis en betekenis.’

Frustratie

In de lessen komen ook andere zaken bovendrijven. ‘Soms hoor ik een leerling zeggen: “Ze moeten ons weer hebben.” Ze doelt op het gevoel dat kan leven onder moslims dat ze in een hoek worden gedrukt in onze samenleving. ‘Als niet-moslim kun je dit denk ik niet goed begrijpen. Ik snap het. Voor mij begint het altijd met luisteren naar wat hun frustratie is. Maar daarna vraag ik door. Dan zeg ik bijvoorbeeld: Wat is de reden dat je dit zegt of zo voelt? En: Kun jij hier ook zelf iets aan doen?’

Openheid

Ook Nezahat heeft zelf weleens ervaren dat ze met wantrouwen op een school werd bejegend. ‘Wat helpt, is dat ik makkelijk contact leg. Ik ben nieuwsgierig en heb een open persoonlijkheid. Ook nodig ik docenten altijd uit om naar mijn lessen te komen, en om de mappen en schriften te bekijken. Dan vraag ik ze om feedback en tips. En als er een centraal thema is dat op school behandeld wordt, bijvoorbeeld de Kinderboekenweek, dan probeer ik daar in mijn lessen op in te haken.’

Visie verbreden

Voor Nezahat zijn er nog uitdagingen genoeg in het vormingsonderwijs. ‘Vormingsonderwijs draait om vragen als: Wat doet het jou? En hoe ontwikkel jij je er zelf in? Zo ben ik door de jaren heen een andere docent geworden. Een betere,’ ze lacht. ‘Ik leer heel veel van de kinderen. Als het mij vervolgens lukt de visie en kijk van hen te verbreden, dan ben ik heel blij.’